Overwegingen bij succes en falen

Voorbij het succesdenken

In mijn woordenboek staan de termen ‘succes’ en ‘falen’ niet. Ik gebruik ze niet om mezelf of anderen te beoordelen. Voor mij bestaan mensen enkel in de categorieën ‘mooi’ en ‘niet mooi’ (in esthetische zin).

Mijn examenresultaten hebben me nooit geboeid. Of ik nu hoog scoorde of compleet faalde, ik ervoer er geen jubelstemming of diep verdriet door. Ik weiger te geloven dat een cijfer op papier mijn identiteit kan bepalen. Het maakt me ook niets uit of anderen beter werk hebben of meer verdienen dan ik. Lof of kritiek van buitenaf heeft in principe geen invloed op hoe ik mezelf waardeer. Sinds ik me kan herinneren, is mijn innerlijke kern – mijn gevoel van eigenwaarde – altijd vrij stabiel geweest, onafhankelijk van externe waardering.

Al van jongs af aan had ik de gewoonte om af en toe vrienden en klasgenoten te vragen wat hun indruk en mening over mij was. Dit deed ik echter niet om mijn eigenwaarde te ondermijnen, maar puur om informatie te verzamelen, om te begrijpen welke projectie en rimpelingen ik in de wereld creëer, en dat te vergelijken met mijn innerlijke zelfbeeld. Als er een grote discrepantie is tussen externe en zelfevaluatie, dan is er zeker iets mis; het kan duiden op extreme arrogantie of juist een diep minderwaardigheidscomplex, en dan is bijsturing nodig. Als het verschil niet groot is, dan duidt die toestand op een gezonde innerlijke balans, een teken van innerlijke rust en zelfacceptatie.

Het grootste deel van mijn leven verkeer ik in deze relatief gezonde en vredige staat. Of iets nu ‘succesvol’ is of ‘mislukt’, daar denk ik niet over in die termen, noch definieer ik het zo. Als je constant zulke woorden gebruikt, raak je enkel verstrikt in het succesdenken en moet je je voortdurend bewijzen. Ik wil me losmaken van deze beoordelingscriteria en mijn eigen maatstaf creëren, een die ik kan gebruiken om mezelf te observeren en te begrijpen, en om anderen vanuit een rijk en genuanceerd perspectief te bekijken.

Vragen stellen en problemen oplossen

Hoe handel je, eenmaal los van het succesdenken?

Voor mij draait het om het formuleren van vragen en het oplossen van problemen. Een ‘probleem’ kan in twee categorieën worden verdeeld: ‘problemen die de moeite waard zijn om op te lossen’ en ‘problemen die dat niet zijn’. Het ‘oplossen van problemen’ kent eveneens twee varianten: ‘reeds opgeloste problemen’ en ‘nog op te lossen problemen’. Allereerst is het cruciaal om te bepalen welke problemen voor mij het belangrijkst zijn, welke de investering van mijn tijd en energie waard zijn.

Daarna komt het oplossen van het probleem. Als een kwestie echt belangrijk is en het waard is om opgelost te worden, dan is handelen geboden. En het doel van die actie is enkel en alleen: het probleem oplossen. Al het andere dat niet direct bijdraagt aan de oplossing, is irrelevant. Als ik bijvoorbeeld mijn vrijheid wil bewerkstelligen, dan dragen een bepaalde examenuitkomst, een baan bij een multinational, trouwen, kinderen krijgen, of in eigen land blijven, daar totaal niet aan bij. Die zaken zijn dan voor mij volstrekt onbelangrijk. Zelfs maar een seconde of een vleugje emotie aan deze dingen verspillen, zou pure verspilling van mijn leven zijn. Ik doe het dan ook absoluut niet, en denk er zelfs niet aan.

Voor één en hetzelfde probleem bestaan talloze oplossingen. De kunst is om die oplossing te vinden die het probleem daadwerkelijk verhelpt én bij je past.

De juiste vragen stellen

Als een probleem maar niet opgelost raakt, dan is het tijd om kritisch te heroverwegen: a. Is dit probleem echt oplosbaar? Of is het inherent onoplosbaar? b. Is dit probleem werkelijk de moeite waard om er zoveel tijd, energie en emotie in te steken? Of kun je terug naar de basis, een andere vraag stellen en van daaruit verdergaan?

Als het a is: Veel mensen lijden onder het vasthouden aan onoplosbare problemen. Ze willen ze oplossen, maar in werkelijkheid zijn ze onoplosbaar. Zo zijn er altijd mensen die de dood willen ‘oplossen’, die het onvermijdelijke feit dat iedereen sterft niet accepteren. Er zijn ook mensen die anderen hun standpunten willen opdringen, die niet kunnen accepteren dat iedereen verschillende ideeën en opvattingen mag hebben. En er zijn altijd mensen die willen afdwingen dat degenen die hen niet mogen, dat wel gaan doen, anders worden ze diep ongelukkig.

Zulke mensen nemen zichzelf veel te serieus. Hoe getalenteerd je ook bent, je moet de meest elementaire objectieve wetten van de wereld en de basisprincipes van de natuurkunde respecteren.

Als het b is: Er zijn ook veel mensen die problemen willen oplossen, maar altijd de verkeerde vragen stellen. Ze ervaren pijn in alles wat ze doen, zijn niet in balans met zichzelf, en hun zelfbeeld en externe perceptie komen nooit overeen. Dit soort mensen is ofwel extreem onzeker, ofwel extreem arrogant, of ze slingeren heen en weer tussen deze twee uitersten.

De zelfwaardering van dit soort mensen is sterk afhankelijk van externe beoordelingen en van objectieve maatstaven zoals rijkdom en materiële bezittingen. Je ziet dan ook mensen die goed presteren op examens, veel geld verdienen, of een kleine functie bekleden, daardoor arrogant en hautain worden, maar die tegelijkertijd bijna kruipend hun meerdere erkennen wanneer ze iemand tegenkomen die nog ‘sterker’ is. Een continue slingerbeweging tussen extreme onzekerheid en arrogantie, voortdurend vergelijkend, zonder ooit ware innerlijke rust te vinden. Of ze volgen altijd de beoordelingssystemen van de maatschappij en anderen, willen in elk systeem perfect zijn: een perfect, uitstekend kind, een perfecte baan, een perfecte echtgenoot/echtgenote, perfecte kinderen opvoeden, absolute kinderlijke gehoorzaamheid tonen, en willen dat de volgende generatie dit ‘perfecte’ proces herhaalt. Maar ze hebben zelden de tijd en energie om zichzelf te bevragen, om te achterhalen wat ze werkelijk nodig hebben en willen. Dergelijke mensen zijn vaak zeer ongelukkig, met een ernstig onevenwicht tussen interne en externe waardering, en kunnen geen innerlijke consistentie of rust bereiken.

Het stellen van de juiste vragen is ook een kunst, iets wat veel mensen niet beheersen, aangezien scholen het nu eenmaal niet specifiek onderwijzen. Hoewel er een boek bestaat genaamd ‘Hoe stel je vragen’, zullen mensen er waarschijnlijk niet van leren door het enkel te lezen; zulke praktische disciplines moeten in de praktijk worden geleerd.

Natuurlijk vereist het bereiken van een staat van stabiele zelfwaarden, innerlijke consistentie, vrij zijn van arrogantie of extreme onzekerheid, en niet gemakkelijk te beïnvloeden door externe verleidingen die je innerlijke koers doen wankelen – deze staat van innerlijke vrede – voortdurende beoefening en nastreving.

Gezondheid is net als innerlijke rust geen doel, maar een staat van zijn. Het is niet zo dat je, zodra al je lichaamsindicatoren optimaal zijn, je het dan kunt laten versloffen. Integendeel, je moet een gezonde levensstijl op lange termijn handhaven, en dan blijft de mens van nature in een gezonde toestand. Af en toe een uitstapje? Dan keer je gewoon weer terug. Hetzelfde geldt voor je gevoel van eigenwaarde.

Het leven wordt eenvoudiger, doelen worden helder, en handelen wordt minder moeizaam. Innerlijke strijd neemt af, het leven kent hoogte- en dieptepunten, relaties komen en gaan. Toch, zelfs te midden van alles, brengt het samenzijn met jezelf vooral innerlijke vrede en geluk.

Over creatie

Mensen, en dan vooral scheppende geesten, moeten absoluut voldoende tijd voor zichzelf reserveren, voor een leven in eenzaamheid. In langdurige eenzaamheid bereikt men een diepere introspectie, zelfreflectie, en kan men tot diepere gedachten en creaties komen. Als je langdurig omgaat met mensen die je niet liggen, raakt het grootste deel van je energie verstrikt in innerlijke conflicten, en blijft er geen tijd over om na te denken. Als je daarentegen de hele dag met geliefden omgaat, kun je niet anders dan onverwerkte gedachten eruit flappen, en zal diepgaand denken als rook in de lucht opgaan.

Misschien zijn sommigen bereid zichzelf tot een grap te maken, onder het mom van anderen plezier te bezorgen. Maar het plezier van spel en vermaak is hemelsbreed anders dan het plezier van spot en anderen vertrappen. Welke van de twee het ook is, ik wil geen van beide. Als ik dan toch door de wereld gekend moet worden met een bepaalde identiteit, dan hoop ik dat men mij ziet als een serieuze schepper, misschien als een wetenschapper of een kunstenaar.

Ik wil niet dat mijn bestaan wordt opgelost in grappen, hoef niet op een voetstuk geplaatst te worden, en wil al helemaal niet vertrapt worden, noch dien ik als iemands achtergrond. Ik ben gewoon ik, ik besta, ik wil enkel gezien worden. Ik hoef niet door velen gezien te worden, want ik geloof niet dat dat werkelijk ‘zien’ is. Ik eis ook niet dat degenen die me zien allemaal tijdgenoten zijn; het mogen ook mensen uit de volgende tijdperken zijn, en die daarna.